Herfst betekent ook: spinnen!

20 november 2019, door Frans Kapteijns.

Iedere maand schrijft onze Brabant Vertelt ambassadeur, Boswachter Frans Kapteijns, een mooie column over de dingen die hem in het dagelijks leven opvallen. 

In de herfst zie je vaak de meeste spinnen, en daarom wil ik deze column besteden aan spinnen. Bij sommige mensen lopen alleen al de kriebels over hun rug bij het lezen van deze kop. Weer andere mensen hebben diezelfde kriebels bij het zien van deze dieren! Maar ook ik krijg de kriebels van deze dieren als ik kijk naar hun prachtige verschillende soorten van webben en de diversiteiten aan tekeningen op hun rug. Bewonderd kan ik dan minutenlang kijken hoe bijvoorbeeld kruisspinnen te werk gaan. Volgens mij heeft de tekenaar van Spiderman ook diezelfde kriebels gekregen.

Spinnenweekend
Waarschijnlijk heb je er nog nooit van gehoord, maar in 2018 is de koffieboonspin de Europese spin van dat jaar geworden. Overigens is deze koffieboonspin ook moeilijk te zien daar deze spin vooral in de nacht en avond verschijnt. De meeste mensen kennen de kruisspinnen, omdat deze vaak te zien zijn ergens hangend in een web tussen planten of struiken. Toch zijn er nog veel meer spinnen en bijna spinnen, die aangeduid worden met spinachtigen. Wist je bijvoorbeeld dat de hooiwagen en de teek tot deze groep behoren.

Spinnen
De gehele groep spinnen en spinachtigen is niet precies te omschrijven. Er is namelijk binnen deze groep veel uniformiteit en ze zijn heel goed herkenbaar, maar aan de andere kant is er enorm veel onderling verschil. Vandaar dat ik in deze column enkel de (echte) spinnen ga beschrijven. Spinachtigen, zoals hooiwagens, teken, schorpioenen, schorpioenspinnen, bastaardschorpioenen etc., laat ik maar even links liggen.

Een spin bestaat uit twee delen, namelijk kop met borststuk, ook wel kopborststuk genoemd, en een lichaam. Verder heeft een spin acht poten en geen vleugels. Dit laatste, en ook de vier paar poten, geeft aan dat deze dieren niet bij de insecten horen.

Samen met de insecten zitten ze wel in de grootste groep binnen het dierenrijk, namelijk de Geleedpotigen. De poten van de spin bestaan, net als bij de insecten, namelijk weer uit delen of leden. Die poten zitten bij de spin allemaal aan het voorste lichaamsdeel, het kopborststuk. Dit voorste lichaamsdeel is bij spinnen vergroeid. Het achterste deel, achterlijf, van het lichaam draagt nooit poten.

Het menu
Op het menu van spinnen staan kleine insecten en andere kleine diertjes, maar soms wel groter dan de spin zelf. De belangrijkste twee groepen van spinnen die we in Nederland tegenkomen zijn: de “vangers” en de “jagers”.

De “vangers” zijn spinnen die een of andere vorm van web of vangnet maken. Ze wachten hierin rustig af tot een prooidier in het web vliegt, kruipt of loopt. Deze prooidieren raken in dat web verward en blijven kleven. De spinnen bijten dan hun prooidieren en brengen zo tevens het gif in het lichaam van het prooidier. Daarnaast omwikkelen ze het prooidier met rag. Later als het gif is ingewerkt (oplosmiddel) zuigen ze hun prooidier leeg. Het omhulsel wordt losgeknipt en het web is weer schoon. Deze groep heeft de hoogst ontwikkelde specialisatie, maar hebben wel een beperkt gezichtsvermogen

De “jagers” gebruiken hun spincapaciteit wel, maar enkel om hun nest te bekleden en bij het beschermen van de ei-pakketjes. Ze maken dus geen webben, maar gaan op jacht naar hun prooidieren. Het gezichtsvermogen speelt bij deze groep van spinnen een grote rol. Daarnaast worden hun poten belangrijker, vaak zijn ze ook veel zwaarder dan bij de “vangers”. Sommige van deze spinnen maken ook nog eens gebruik van een goed camouflagesysteem.

Vangers: dit zijn wielwebspinnen, zoals de kruisspinnen. Daarnaast heb je ook nog kaardespinnen, kogelspinnen, hangmatspinnen en trechterspinnen. Deze laatste twee kan je goed waarnemen op bijvoorbeeld de heidevelden.

Jagers: o.a. krabspinnen; kunnen zich goed camoufleren en zitten vaak op of in bloemen van planten. Andere jagers zijn de wolfspinnen en de springspinnen, zoals de harlekijnspin.

Spinnen hebben meestal een ongunstige naam bij de mens. Heksen, boze geesten, tovenaars en noem maar op worden meestal gezien in het gezelschap van spinnen en andere soortgelijke dieren. Daarnaast hangen de zogenaamde woningen van dat soort lui ook altijd vol met spinnen en spinnenrag. Ook in veel spreekwoorden, die onheil verkondigen komt de naam spin voor. Gelukkig zijn er echter ook uitzonderingen, zoals het gezegde: “Een spin in de morgen geeft kommer en zorgen, een spin in de noen is goed om te doen.” Dit gezegde betekent; “Een spin die men ‘s-avonds nog zag zitten, bijvoorbeeld op de muur, mocht niet gedood worden, omdat men geloofde dat ze geluk bracht!” Maar over het algemeen is de spin een ongewenste verschijning, die meestal snel door de mens verwijderd wordt.

Hopelijk heb ik met deze column de spinnen wat beter in beeld kunnen brengen en daarmee misschien enige angst voor deze nuttige en toch ook mooie diertjes wat weg kunnen halen.


Heb je vragen over deze column of over de natuur, mail dan naar: Frans.Kapteijns.bsw@gmail.com

brabant vertelt is een project van Kunstloc Brabant

Website © Afdeling Online