Luchtvogels

18 juli 2018, door Frans Kapteijns.

Iedere maand zal onze brabant vertelt ambassadeur, Boswachter Frans Kapteijns, een mooie column schrijven over de dingen die hem in het dagelijks leven opvallen. Als voormalig boswachter van de Kampina heeft hij een hele goede kijk op de natuur en al het moois wat de aarde ons te bieden heeft. In deze column vertelt Frans over de luchtvogels in Nederland.  

Heb jij het al gemerkt of is het je nog niet opgevallen, maar waar zijn onze luchtvogels? Met die term bedoel ik huiszwaluwen, boerenzwaluwen, oeverzwaluwen en gierzwaluwen. Deze laatste zijn geen familie van de drie daarvoor genoemde zwaluwen. Mij valt het wel op, want ik zie deze prachtige zeer gestroomlijnde vogels nauwelijks in onze omgeving. Dit komt natuurlijk omdat het voedselaanbod voor hen, insecten, nauwelijks nog aanwezig is. Sterker nog de huiszwaluwen geven de brui aan hun tweede legsel. Onze bekende vogelprofessor Theunis Piersma denkt dat dit alles te maken heeft met het tekort aan insecten en nu ben ik geen professor, maar ik weet het zeker. Vooral vanaf juli zien we steeds minder insecten. Daarom is het aan tobben voor deze vier luchtvogels om op kracht te komen. Hopelijk sterken ze nog genoeg aan voor hun verre reis naar Midden-Afrika of Zuid-Afrika.

Gierzwaluwen
Vooral de gierzwaluwen mis ik, want dat valt op. Zij maken namelijk van dat mooie gierende geluid boven de daken en/of tussen de huizen en nu is het al tijden stil. Meestal arriveren deze sierlijke, donkere, sikkelvormige vogels zo eind april begin mei in Nederland. Ze lijken in de vlucht op de andere drie zwaluwen, maar ze horen zeker niet bij die familie. Gierzwaluwen zijn vogels van een aparte groep, de gierzwaluwen of Apodidae. Dit laatste betekent zonder poten!, maar dat is niet waar want ze hebben kleine, bevederde pootjes met vier naar voren gerichte scherpe nagels. Vroeger waren die poten niet opgemerkt en vandaar dat men toen de naam bedacht Apus. De gewone gierzwaluw, die het meest in Nederland voorkomt, heet dan ook Apus apus. Onze Nederlandse naam vind ik veel passender, want ze vliegen met grote snelheid door de lucht en maken daarbij een gierend geluid.

Afbeelding: vroegevogels.bnnvara.nl

Verre reis
Na een lange tocht van wel 7000 kilometer arriveren de mannetjes als eerste in ons land. De oudere mannetjes gaan meteen opzoek naar het nest van voorgaand jaar en de jonge mannetjes gaan opzoek naar nieuwe nestgelegenheden. Beide geslachten knappen het nest op door middel van haren, sprietjes, zaadpluis, veertjes, e.d., uit de lucht te plukken. Met speeksel wordt het geheel aan elkaar gekleefd tot een klein, hard kommetje. In dit kommetje worden twee tot drie witte eitjes gelegd welke beurtelings door het mannetje en het vrouwtje worden bebroed.

Voedsel
Beide ouders zorgen ook voor het voedsel en vangen insecten in de lucht. Deze insecten worden in een keelzak tot een bal gevormd. Een gierzwaluwgezin vangt per dag wel 20.000 insecten! Bladluizen, vliegende mieren, zweefvliegen kortom alles wat zich als insect of spin in de lucht bevindt en geen angel heeft, wordt verorberd. Tijdens slechte zomers, als er dus weinig insecten zijn, moeten ze soms honderden kilometers ver vliegen om voedsel te zoeken en dat lijkt ook dit jaar weer te gebeuren.

Hopelijk gaat het roer drastisch om en gaan we in Nederland weer met zijn allen zorgen dat er weer voldoende insecten gaan komen, niet alleen voor ons maar ook voor de ons welbekende luchtvogels met en zonder gierende geluiden.


Heb je vragen over deze column of over de natuur, mail dan naar Frans.Kapteijns.bsw@gmail.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

brabant vertelt is een project van Kunstloc Brabant

Website © Afdeling Online